‘ De hele wereld heeft Syrië nu verkocht’

Dit artikel verscheen woensdag 6 februari, 2013 in Wegener kranten

Het Oxford handboek van klinische chirurgie staat nog steeds in de kast van Abo Altayb, een 25-jarige medicus uit Zabada­ni, een stad net buiten Damascus. Maar in plaats van Grey’s Anatomy siert nu ook een handpistool met twee extra magazijnen, een gra­naat en een walkie-talkie zijn plan­ken.

Altayb droomde ooit van een car­rière als dokter maar sinds twee maanden vecht hij voor de val van Bashar al-Assad. „Mijn leven hiervoor bestaat voor mij niet meer”, zegt hij.

Altayb is een van de vele Syriërs die recentelijk zijn overgestapt op wapens, nadat hun hoop op ingrij­pen door de internationale ge­meenschap vervloog. „Wapens zijn de enige oplossing”, vertelt hij via Skype. „De situatie in het buitenland is hopeloos, niemand gaat ons helpen.”

Afgelopen vrijdag protesteerden honderden mensen in Syrië vreed­zaam onder het motto ‘de interna­tionale gemeenschap is mede­plichtig aan Assads criminele da­den’. Het was een protest tegen het gebrek aan actie.

Maar naast vreedzaam proteste­ren, grijpen steeds meer jonge Sy­riërs naar een geweer. Rami Jar­rah werkt al sinds maart 2011 om de boodschap van de rebellen in­ternationaal te verspreiden. Zijn sterkste wapen was tot nu toe het verifiëren van YouTube-filmpjes uit Syrië; een belangrijke taak, aangezien het lastig voor de me­dia is om in Syrië zelf verslag te doen. Maar nu gooit hij het over een andere boeg. Naast het trai­nen van andere activisten in poli­tiek en sociale media, gaat hij ook leren vechten. „Ik vind dat ieder­een zou moeten weten hoe je met een geweer omgaat”, verklaart hij vanuit Aleppo.

Ook in Qusayr is er nieuwe aan­was voor het Vrije Syrische Leger. „De hele wereld heeft het Syri­sche volk en Syrië verkocht. Ik zie vechten als de enige oplossing”, was de motivatie van Moham­med, toen hij zich begin dit jaar toch maar bij het Vrije Syrische Leger aansloot. Zijn broer Bur­han, 28, is activist. Hij woont nu met zes andere vluchtelingen, on­der wie zijn vader in een enkele kamer in Tripoli, Libanon. Zelf denkt hij er ook over om terug te gaan. „Maar ik kan mijn vader niet alleen laten.”

Dat Moaz al-Khatib, een promi­nent oppositielid, heeft aangebo­den te onderhandelen met het re­gime, vindt hij een goede zaak.

„Alles om ervoor te zorgen dat dit conflict zo snel mogelijk voorbij is”, aldus de activist.

Op dit moment lijkt dat nog ver weg. De zogeheten 2014-strategie wint terrein. Steeds meer invloed­rijke politieke commentatoren gaan ervan uit dat als de situatie niet verandert, de dictator kan blijven zitten tot 2014. Daarvoor moet hij wel bepaalde gebieden in handen houden: „De snelweg naar Homs, het gebied rond Homs, Aleppo, het vliegveld en Damascus”, aldus Emile Hokayem, Syrië-specialist bij het International Institute for Strate­gic Studies. Volgens Hokayem is er absoluut geen sprake van een paniekmodus, zoals een paar maanden geleden werd bericht.

„Het regime kan nog steeds ratio­nele beslissingen nemen over wat te verdedigen en het strategisch gebruik van de luchtmacht om ge­bieden te vernietigen waarvan het regime weet dat ze die niet meer kan heroveren.”

Het Assad-kamp verwacht dat vol­gend jaar de rebellengroepen uit­eenvallen door onenigheid over hun gebied, tactiek, inkomsten en ideologie, aldus Hokayem. Berich­ten uit Aleppo geven aan dat dit proces al begonnen is; er is one­nigheid tussen de verschillende fracties. Met name de goed bewa­pende islamisten van Jabhat al-Nusra, een aan al-Qaeda geli­eerde groep die de Verenigde Sta­ten op de terroristenlijst heeft ge­plaatst, kunnen moeilijk overweg met andere brigades van het Vrije Syrische Leger.

„De revolutie bestaat niet meer, tenminste niet zoals die ooit als een vreedzame beweging begon”, zegt activist Edward Dark bitter.

„Ze is afgetakeld tot een sektari­sche oorlog met milities die vech­ten voor allerlei regionale agen­da’s.”

Ook hij hoopt dat praten met het regime tot een einde aan het bloedvergieten leidt. Maar voor medicus Altayb, inmiddels kolo­nel, is dat geen optie. „Als we niet vechten, vermoordt het Syrische leger ons allemaal, net zoals in an­dere Syrische steden.” Hij is al veel kameraden verloren. Met vierhonderd man vecht hij nu voor een stad waar ‘zelfs de die­ren zijn gevlucht’. Van de 36.000 inwoners zijn er nog 1.000 over.

„Ik heb het gevoel dat we alleen op de wereld zijn.”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s